In het jaar 1977 besloot ik definitief om voor het slagersvak te kiezen.

9 januari 2024

Door: Erik Hoogink

2024 wordt een mooi jaar

Ondanks dat ik niet erg handig ben, heb ik wel een praktische instelling. Uiteindelijk bleek dat genoeg voor mij om slager te worden en te zijn. Ik ben de jongste uit een gezin van 5 kinderen. Als kleine broertje heb ik altijd te horen gekregen dat ik verwend ben, en dat klopt eigenlijk wel. Maar als klein broertje wordt er ook veel werk uit je handen gehaald met de opmerkingen van; daar ben jij nog te klein voor, dat kan je niet. Het is waarschijnlijk de oorzaak van de drang om mijzelf altijd te willen bewijzen en een competitieve instelling heb. Inmiddels ben ik 62 en het karaktertje zit er nog steeds in.

Dat competitieve karakter heeft mij vaak geholpen. Zoals gezegd ben ik niet echt handig dus moest ik het van mijn inzet hebben. Op de slagersvakschool waren de meeste jongens sneller met uitbenen, maar met het zweet op mijn rug kon ik ze toch bijhouden. Met garneren werden de prachtigste spekwerken gemaakt met vlechtwerk en krullen en complete rozen. Mijn gegarneerde werkstuk was een schoudermuis waar wat spek op lag. Salades opmaken het zelfde verhaal, bij mij was het nooit meer dan een flinke hoop salade met er omheen doperwtjes, zilveruitjes en peentjes.

Maar zoals gezegd niet handig, maar wel praktisch ingesteld. Regelen en organiseren gaat mij goed af. Uiteindelijk toch al mijn vakdiploma’s behaald, chef slager geworden en een eigen winkel gehad.

We zijn inmiddels in 2024 en het ambacht heb ik al meer dan 20 jaar niet meer uitgeoefend. Maar als mensen mij vragen wat ben je van beroep zeg ik nog steeds, ik ben slager. Dit niet geheel zonder trots. Als slager ben ik misschien nooit de beste geweest, maar ik hield en hou van het ambacht.

De liefde en trots voor het ambacht mis ik bij veel slagers. Komt dat door alle negativiteit over vlees en vleesproducten, over dierenwelzijn, over Co2?

De consument wil nog steeds vlees en vleesproducten eten. Dat men geen vlees eet maar een Vegaburger betekent dat ze zich niet afkeren van vlees, maar dat ze soms een alternatief nemen. Dat men geen kilo riblappen koopt om te sudderen komt niet door afkeer van vlees, maar gebrek aan tijd om vlees te bereiden. Op de bbq gaan grote stukken vlees zoals picanha en ribeye. Het zijn de momenten waarop men tijd heeft en neemt voor vleesbereiding.

Er is geen algemene afkeer van vlees. Er is een afkeer van de uitwassen bij de manier waarop dieren worden gehouden en geslacht. De consument houdt nog steeds van een lekker stukje vlees. De hoeveelheden zijn misschien wat minder dan een paar jaar geleden, maar veel meer dan jaren geleden. Vanaf 1950 bijna een verdubbeling per hoofd van de bevolking.

In 1977 werd er tegen mij gezegd: Als slager houd je altijd werk, de mensen zullen altijd vlees blijven eten. We kunnen dat in 2024 nog steeds zeggen!

Voor de slager die praktisch ingesteld is, hard werkt en de competitie aangaat zal 2024 weer een mooi jaar worden.