Mandarijnen zijn geen citroenen

Als je bij de groenteafdeling loopt liggen ze je al toe te lachen

19 maart 2026

Door: Erik Hoogink

Mandarijnen zijn geen citroenen

Mandarijnen, ik ben er gek op. Als je bij de groenteafdeling loopt liggen ze je al toe te lachen, met z’n tienen in een oranje netje. Het Oranjegevoel wordt aangewakkerd en je geeft toe aan de gedachte dadelijk een in heerlijke zoete mandarijn te kunnen happen. Thuisgekomen heb je, voor je bent aangekomen bij de fruitschaal, het netje opengerukt en een mandarijn uit zijn jasje geholpen. Ik wil ervan genieten dus ik eet partje voor partje. Eén, twee, drie partjes tot het zesde partje is het heerlijk maar dan. Eén partje is bitter zuur en hard.

Het is een bekend fenomeen dat bij mandarijnen vaker voorkomt. Het blijkt een speling van de natuur te zijn, ongelijke rijping, temperatuurschommelingen, water en voeding. Kortom de wetenschap weet het dus niet echt hoe het komt.

In onze winkel was het meestal andersom. Viel het een dag tegen met de omzet of een week of wat langere periode dan wisten we altijd waar het aan lag. Het regende, te koud, te warm, het einde van de maand, vakantietijd, de feestdagen net achter de rug, de griepepidemie, er was altijd een reden te bedenken.

Maar dan in de drukke periode. Lekker druk he? We draaien top, morgen even eerder beginnen, hebben we voor zaterdag genoeg hulp in de winkel? Waarom het druk was, daar werd niet over nagedacht, daar was geen tijd voor.

Is het dan met de omzet net als met de mandarijnen? Je hebt wel eens een zuur partje erbij en je kent de oorzaak niet echt? Bagatelliseren we de omzet tendensen zoals die oude slager zei: Ja een slechte dag is nog geen slechte week en een slechte week in nog geen slechte maand, ja en een slechte maand is nog geen slecht jaar.

Moeten we klakkeloos accepteren dat we onverklaarbare omzetverschillen hebben? Willen we niet weten wat onze klanten beweegt om binnen te komen of om buiten te blijven?

Achter het hakblok zie je niet wat je klanten zien, als je binnenblijft zie je niet wat de voorbijgangers zien, als je niets vraagt krijg je geen antwoorden.

Voor de gemeente Rotterdam mocht ik een bruidsmodezaak bijstaan in moeilijke tijden. Prachtige jurken in een goed verlichte etalage. Helaas werd het naastgelegen portiek ’s avonds door het uitgaanspubliek gebruikt als urinoir. Overdag was het niet prettig om voor de etalage te staan en de nog steeds prachtige jurken te bekijken. Kort gezegd er hing een luchtje aan. De eigenaresse was van mening dat de buurman het portiek moest schoonhouden. Maar is het een grote moeite om als belanghebbende iedere morgen een emmer chloorwater door het portiek te gooien, zodat alles weer fris oogt en ruikt?

Het zijn niet de grote dingen die ervoor zorgen dat je klanten wegblijven. Een winkeldame die achter de toonbank aan het haar plukt, een vuil schort een gebrek aan persoonlijke verzorging.

Objectief kijken naar je eigen bedrijf valt niet mee. Maar het is zoals Saskia en Serge ooit zongen: “Het zijn de kleine dingen die het doen”.

Een zuur partje in de mandarijn zal je altijd wel een keer tegenkomen.  Maar het is een grote tegenvaller als je door onoplettendheid een zak citroenen hebt gekocht.

Ook gepubliceerd in vakblad Slagersvak https://www.slagersvak.biz/nl/over-slagersvak/

Whatsapp